Voor deze website is het gebruik van cookies vereist, klik hier voor meer informatie. later opnieuw tonen ik ga akkoord met cookies
 
  • meester Henk - LESSEN
    Bezoekers:
  • 100e tour (trailer)
  • valpartijen zijn aan de orde van de dag
    • wie was er 7-voudig winnaar maar bleek doping te hebben gebruikt ?
  • woordenlijst

    Bonificatie (seconden) – Extra tijdwinst (in seconden), die je krijgt door een goede prestatie bij een rit (de winnaar en evt. nog een paar)

    (de) Bus - groep renners die niet mee kan in de bergetappes en gezamenlijk in een rustiger tempo naar de finish fietst. De chauffeur van de bus is doorgaans een ervaren renner die het tempo zodanig regelt dat de groep nog binnen de toegelaten tijd aan de finish komt.

    Chasse patate – wanneer je probeert een (kop)groep te achterhalen, maar dat niet lukt en je tussen de (kop)groep vóór je en een groep achter je blijft rijden.

    Demarreren/demarrage – het in één keer van de andere renners wegrijden.

    d'r op en d'r over - een renner of groep inhalen, en vervolgens direct voorbij rijden.

    (aan het) Elastiek hangen - achter in een groep fietsen en op het punt staan gelost te worden.

    een gat laten vallen - niet meer aan kunnen sluiten bij iemand die harder gaat rijden.

    Hongerklop – vaak tegen het einde van een lange koers. Je lichaam vraagt veel energie en dat moet je tijdens de rit d.m.v. eten (en drinken) bijvullen. Als je moe bent kost dat soms moeite (je hebt er geen zin in) op tijd te doen. Heb je eenmaal “hongerklop” , ben je te laat !

    Linkeballen – tegen het einde van de wedstrijd geen of weinig kopwerk meer verrichten, waardoor je minder inspanning hoeft te verrichten.

    Lossen – niet meer met de groep mee kunnen komen.

    Meet – de finishlijn

    Oortjes – renners rijden tegenwoordig met koptelefoontjes in hun oren en krijgen daardoor instructies van de ploegleider. Deze krijgt informatie door een tv in de auto en op andere manieren en weet dus “precies”wat er allemaal gebeurt. Hierop wordt de tactiek afgestemd. Veel liefhebbers vinden dat niet zo leuk, omdat het vroeger meer om de wielrenner zélf ging.

    Ploegleider – de baas (leider) van de ploeg. Hij fietst zelf niet mee, maar zit in een auto, die meerijdt. Van daaruit geeft hij aanwijzingen aan de renners, indien nodig.

    Rode lantaarn – de laatste renner van die etappe of de koers heeft die (figuurlijk uiteraard)

    Stoempen – niet meer op “techniek” rijden, maar op kracht (en dat houd je niet lang vol).

    De Tour wacht op niemand - er is geen mededogen met pechvogels in de Tour de France.

    Vals plat – het lijkt alsof je niet op een helling rijdt, maar je doet het wel!

    Volgwagen – auto’s die meerijden (niet in de weg uiteraard) en waarin reservemateriaal wordt meegenomen (tot compleet nieuwe fietsen)

    Waaieren/een waaier trekken – wanneer de wind schuin van voren komt, gaan de renners ook schuin achter elkaar rijden. Dit kan uiteraard alleen tot de laatste renner aan de andere kant van de weg rijdt en er een nieuwe waaier gemaakt moet worden. Omdat de koprenner van de nieuwe waaier alle wind krijgt, zal die nieuwe waaier de eerste niet (of nauwelijks) bij kunnen houden.

  • doen : kruiswoordpuzzel
  • vergelijk

    Je hebt vast wel een fietscomputer. Kijk eens wat jouw "doorfiets" snelheid is !

     

    Vergelijk dat eens met de gemiddelde snelheden bij een etappe en/of een tijdrit bij de tour.

  • bedenk

    Tegen de berg op fietsen is natuurlijk lastig. Maar bij de tour gaan ze soms erg hoog. Wat maakt het zo lastig zo'n hoge berg op te komen ?

    Hoe bereiden sommige wielrenners daarop voor ?

    • Hoe heet (in het Frans) de top van een berg waar de renners overheen moeten ?
    • Hoeveel categorieën toppen zijn er ?
  • Wat betekent dit nu eigenlijk : 20% helling ?

 
Add to Yurls