Voor deze website is het gebruik van cookies vereist, klik hier voor meer informatie. later opnieuw tonen ik ga akkoord met cookies
 
  • meester Henk - LESSEN
    Bezoekers:
  • Zo, dus jij denkt dat je controle hebt over de boodschappen die je haalt ? Vergeet het maar ! Reclames, supermarkten e.d. maken gebruik van trucs om jou dingen te laten kopen, die je helemaal niet van plan was te kopen.

     

    Hoe ?

    Met reclamepsychologie !

  • De supermarkt (gangpad en stellingen)
  • Woordenschat

    dagelijkse artikelen

    •   dingen, die je vrijwel dagelijks nodig hebt. Zoals: eten en drinken.

    gangpad 

    • de gang tussen twee tegenover elkaar staande stellingen. Hier loop je door in de winkel.

    looproute 

    • soms word je "gedwongen" in een bepaalde richting te lopen, maar meestal kun je zelf kiezen. (Hoewel ?)

    stelling

    • grote, open "kast" waarin de producten liggen.

     

    supermarkt

    • (grote) winkel waar heel veel dagelijkse artikelen gekocht kunnen worden.
  • Opdracht 1

    Bedenk hoe jij iemand kunt overhalen iets te kopen wat hij/zij niet van tevoren bedacht had te willen/zullen kopen !

     

    Noteer dat.

  • Opdracht 2

    Maak een plattegrond voor een nieuw te bouwen supermarkt. Er komen de volgende afdelingen in voor:

    • groente
    • fruit
    • vlees/vis
    • vleeswaren
    • kaas
    • brood
    • ontbijtartikelen
    • zuivelproducten
    • koffie/thee
    • koekjes e.d.
    • frisdranken
    • alcoholische dranken (zoals wijn)
    • (hartige)snacks
    • snoep
    • bakproducten
    • dierenartikelen
    • diepvriesartikelen
    • huishoudartikelen (scharen, lijm, punaises, touw e.d.)
    • (af)wasmiddelen
    • tijdschriften en kaarten
    • andere artikelen

    De afmetingen van de winkel zijn 30m bij 40m. Je mag zelf bepalen waar de kassa's komen, hoeveel gangpaden (en de afmetingen) er zijn, hoe groot de "stellingen" zijn (let op lengte én diepte !!) e.d. Ook de looplijn mag je zelf bepalen.

     

    Maak een plattegrond met een schaal van 1:100 (1 cm op jouw plattegrond is in werkelijkheid 1cm = 100cm = 1m) Dat kan dus mooi op een A3.

     

  • Opdracht 3

    Scan je tekening (je mag 'm natuurlijk ook direct digitaal maken als je dat kunt) en zet 'm "online" in een powerpoint/prezi/ etc.

     

    Presenteer 'm daarna aan je klasgenoten en geef uitleg.

  • Opdracht 4

    Maak een 3d opstelling. Knip de stellingen uit en plak ze op de tekening. Je weet wel hoe dat gaat met zo'n plakrandje.

     

    Natuurlijk kun je producten combineren. Ga uit van een stelling met 4 "verdiepingen". De 1e verdieping is het laagst (daarvoor moet je bukken). Verdiepingen 2 en 3 zijn zo'n beetje op "ooghoogte" en op verdieping 4 staan de producten waarvoor je je arm wat moet strekken. Hier kunnen kinderen niet zomaar bij !

     

    Geef aan welke producten op welke "verdieping" komen.

     

    Bijvoorbeeld : Je ziet 2 "stellingen"

  • Opdracht 5

    Ga naar een supermarkt in de buurt en kijk hoe hun plattegrond er uitziet. Je hoeft dat alleen "grof" te doen, zoals jij het hebt bij opdracht 2.

     

    Vergelijk ze met elkaar.

    Valt je wat op ? Noteer dat !

  • Even een moment voor jezelf
  • reclamepsychologie (vul dit als wachtwoord)

    Vul het wachtwoord in om deze box te openen.

     
  • Opdracht 6

    Vergelijk wat bij "reclamepsychologie" staat eens met wat jij bij opdracht 1 hebt geschreven !

     

  • Opdracht 7

    Kijk eens goed bij "jouw" supermarkt" of je de punten genoemd bij "reclamepsychologie" terugvindt. Welke wel, welke niet ? Noteer dat.

  • Snoep en aanbiedingen bij de kassa
  • Denk je nu anders boodschappen te gaan doen ?

 
Add to Yurls